Salvator uit 1505 van Geert van Wou in Utrecht - Domtoren
Salvator
| ||
|---|---|---|
| Gieter | Geert van Wou | |
| Gietjaar | 1505 | |
| Locatie | Utrecht - Domkerk complex, Hervormde Kerk en toren. | |
| Diameter | 227.8 cm. | |
| Gewicht | 8227.0 kg. | |
| Oorlog Registratienr. | 9-M-14/I | |
Omschrijving

De klok Salvator uit 1505 is de grootste luidklok in de Domtoren van Utrecht. Ze is ook de grootste klok van Geert van Wou in Nederland. Op de bovenflank heeft zij een opschrift in Latijn, geplaatst tussen sierringen. Aan de boven- en onderzijde van het opschrift zijn decoratieve sierranden aangebracht. Midden op de flank bevindt zich een voorstelling van Christus als Salvator met kruisnimbus en wereldbol.
Kroon
De zes kroonarmen zijn versierd met een touwmotief eindigend in bebaarde mannenkoppen. Het touwmotief is in tweeën gedeeld, met aan weerszijden een parelrand. Op de kroonstapel zijn drie giettappen zichtbaar.
Kop
Schouder
Flank

Rondom de bovenflank bevindt zich tegen de schouder een fries van Franse lelies (fleur-de-lis) met afwisselend een grote en kleine bloem. Het opschrift is tussen dunne lijnen gezet. Onder de tekst is een sierrand van hangende kruisbloemen aangebracht, zoals Van Wou eerder heeft toegepast op de Gloriosa (1497) in Erfurt.
Op de flank staat in hoog reliëf twee maal Christus als Salvator (circa 40 cm hoog). Een zelfde reliëf is eerder geplaatst op de Salvatorklok te Kampen 1482 en later op de Salvatorklok te Braunschweig 1502.
Lip
Drie sierringen op de lip.
Opschriften
De Latijnse tekst vangt aan met een kruisje; zij is gevormd door gotische minuskels en majuskels. De woordscheidingen bestaan uit een roos of lelie. Op enkele plaatsen staat een vierhoekige punt.
(+) Salvator dicor (Q) cieo templumqz forumqz (L) Aethera (Q) tartareas ac stygias tenebras
(L) Ventos astrigeros (Q) clangore soni diapason (L) Perqz nemus (Q) sed mentes iuvenumqz senum
(L) Sum penetrans voce solida dulcore latente (L) Talis honor nec post condita tecta fuit
(L) Gerhardus de wou me fecit (R) Anno domini M CCCCC V
Q = Een vierhoekige punt (circa 5x5 mm)
L = Een roosje of lelie als woordscheiding
De majuskel A van Aethera is in een nieuwe matrijs gevormd.
Bij de minuskels zijn de letters 'S' aan het eind kort geschreven. Alle overige letters 'S' zijn lang.
Vertaling van Google Translate
(+) Ik word de Redder genoemd (Q) van de tempel en het forum (L) De duisternis(Q) van de Tartarus en Stygische tijd (L) De winden van de sterrenhemel (Q) Het gekletter van de stemvork (L) Want niet een boom (Q) maar voor de geesten van jong en oud (L) dring ik door met een solide stem, met een verborgen zoetheid (L) Zo'n eer is niet opgebouwd sinds de stichting van het huis (L) Gerhardus van Wou maakte mij (R) In het jaar onzes Heren 1505.
Vertaling van F. Uldall, 1894
Ik heet Verlosser. Ik roep heiligen en wereldgezinden. Ik dring door de hemel en de duisternis van Tartarus en Styx, de sterrendragende winden en het bos met de octaafklank, maar (ook) met mijn krachtig geluid en met verborgen zoetheid door de harten van oud en jong. Zulk een heerlijkheid is er (vroeger) niet geweest, zolang mem huizen gebouwd heeft.
Klank
| Slagtoon | fis0 -19 |
|---|---|
| grondtoon | FIS –192 |
| priem | fis0 +144 |
| terts | a0 –17 |
| kwint | cis1 –140 |
| oktaaf | fis1 -19 |
| deciem | a1 -65 |
| 1ste undeciem | h1 –113 |
| 2de undeciem | h1 -78 |
| duodeciem | cis2 -35 |
| dubbel oktaaf | fis2 +11 |
Klankanalyse: A. Lehr 1979/1980 (basis: a1 = 440 Hz, afwijking in cent)
Bijzonderheden
Hoog op de flank tegen de kop van de klok aan de binnenzijde (thans zuidzijde) bevindt zich een uitstulping van brons: een gietfout.
Midden op de flank binnenzijde (thans noordzijde) een kleine gietfout, een brats, die is weggewerkt, sporen van herstel bleven zichtbaar. Vergelijkbaar herstel wordt meer aangetroffen bij Van Wou-klokken.
De klok is in de 17de eeuw (in 1658 of 1661 hing zij in een krukas) 90° gedraaid, voorheen wees het kruisje voorafgaand aan de tekst naar het noorden.
In de klok functioneert de oude ‘Van Wou-klepel’ die in het midden sporen van herstel laat zien. In de rekeningen van de Dom uit 1531 is deze reparatie terug te vinden.
De klepel is in Amsterdam hersteld. De klok heeft vier grote slagvlakken. Op de slagring aan de buitenzijde is te zien waar de hamer van het uurwerk de klok raakte in de periode van 1666 tot 1906. In 1511 gebruikt Hinrick van Kampen eenzelfde Salvator voorstelling op zijn Feuerglocke in Halberstadt<ref>Deutsche Inschriften 86, Halberstadt (Stadt), Nr. 71 (Hans Fuhrmann), in: www.inschriften.net, https://www.inschriften.net/halberstadt-stadt/inschrift/nr/di086-0071.html?tx_hisodat_sources%5Baction%5D=show&tx_hisodat_sources%5Bcontroller%5D=Sources&cHash=d953464b5a3185650f8cb5d39b1719f0.</ref>. Mogelijk beschikte hij over de Salvator-matrijs.
De Salvator wordt bij bijzondere gelegenheden geluid.
Bronnen
https://www.utrechtsklokkenluidersgilde.nl/klokkenkennis/klokkeninformatie/klokken-domtoren/
Database RCE Amersfoort
F. Uldall, Verslag omtrent 's Rijks Verzameling van Geschiedenis en Kunst, 1894, 1900 en 1910.
W. van der Elst, De klokken van den Domtoren te Utrecht, Amsterdam 1929.
André Lehr, Van Paardebel tot Speelklok, Zaltbommel 1981.
C.N. Fehrmann, De Kamper Klokgieters, hun naaste verwanten en leerlingen, Kampen 1967.
Sjoerd van Geuns, 500 jaar Van Wouklokken in de Utrechtse Domtoren, Utrecht 2009.